Interview 

Marlen Beek-Visser: 'Muziek is emotie'

door Jean-Paul Colin      (1)
 

Eerst was er Idols, toen X-factor, Holland's Got Talent, Popstars en The Voice of Holland. Talentenjachtshows zijn al jaren booming business. Toch is het lang zoeken naar een thriller over dit onderwerp. Marlen Beek-Visser doorzag het gat in de markt en schreef ‘STEM!’, over een 28-jarig muurbloempje met een ongekende obsessie: een nationale ster worden.

Het is allemaal begonnen bij meester Stolk, schrijf je in het dankwoord van ‘STEM!’. Je dochter gaf je uiteindelijk het laatste zetje. Hoe hebben zij bijgedragen aan je debuutroman?

Meester Stolk  gaf me, toen ik 11 jaar was, mijn opstel terug, waarop hij het volgende had geschreven: ‘Ga een boek schrijven!’ Ik lachte erom  en draaide het blaadje om, op zoek naar mijn cijfer, maar hij was serieus. Hij gaf me een schrift mee waarin ik thuis steeds een stukje mocht schrijven. Vervolgens schreef hij erbij wat hij ervan vond. Een soort heen-en-weer schrift. Na vier keer gooide ik het weg. Ik turnde liever. Feitelijk was meester Stolk, zonder dat ik het wist, mijn eerste redacteur.

Jaren later schreef mijn dochter, toen eveneens 11 jaar oud, verhaaltjes op de laptop. Ze deed het niet onverdienstelijk. Haar stijl was creatief en origineel. Ze besloot zelfs een boek te gaan schrijven. Ik vond het geweldig en stimuleerde haar. Maar na 80 pagina’s gooide ze het document zonder pardon weg. Control-alt-delete. Ze ging liever buiten spelen.

Toen kwam voor het eerst de gedachte in mij op: als ik het zo belangrijk vind, waarom ga ik het dan zelf niet doen? Dezelfde dag bedacht ik een plot, personages, etc. en begon te schrijven. Ik kon niet meer stoppen en na een maand of zeven was mijn eerste thriller af. De woorden van meester Stolk was ik vergeten. Pas enkele maanden geleden bedacht ik me pas dat hij mij 35 jaar eerder het advies had gegeven om een boek te gaan schrijven. In mijn ogen ben je dan echt een goede leerkracht: als je de talenten van kinderen op jonge leeftijd ziet en ook nog stimuleert.

Voor ‘STEM!’ liet je je inspireren door een nogal bizarre aflevering van de Britse X-Factor. What happened?

Ene Zoe Alexander deed een paar jaar geleden mee aan de Britse X-factor. Ze zong een nummer van Pink. Haar optreden zag er gelikt uit, maar ze had geen eigen geluid, geen eigen stem. Ze was feitelijk een kopie van Pink. Zelf was ze er echter van overtuigd dat ze een geweldige performance had neergezet. Toen  de juryleden haar kritiek gaven, gebeurde er iets met haar:  haar gezicht verstrakte, haar blik werd leeg en ze begon te vloeken. Vervolgens smeet ze haar microfoon op het podium en sloeg de camera’s weg. Op dat moment dacht ik, hier zit een hele wereld achter. Waarom is het zo belangrijk voor haar? Wat ging hieraan vooraf? Daarover gaat Stem!.

Je weet erg goed te verwoorden hoe het eraan toegaat bij talentenjachten. Hoe ben je aan alle informatie gekomen?

Ik heb contact gezocht met de hoofdwoordvoerder van Talpa. Hij was heel vriendelijk en gaf de nodige praktische informatie. Een kijkje nemen achter de schermen lukte niet. De woordvoerder schermde dat erg af. Dat zegt ook wat. Gelukkig heb ik met enkele ex-Voice deelnemers gesproken, waardoor ik toch een goed beeld had. Het voordeel van een fictieve talentenshow, zoals het programma Stem! in mijn boek, is dat je het format in dienst van het verhaal naar je eigen hand kunt zetten.

Welke rol speelt muziek in jouw eigen leven? Ben je muzikaal?

Muziek maakt me gelukkig. Ik ben niet enorm muzikaal, maar ik speel wel (een beetje) piano en ik zing de hele dag. Er zitten altijd liedjes in mijn hoofd. Jammer genoeg heb ik geen prachtige stem, maar ik zing zuiver. Mijn man speelt gitaar en hij wil altijd dat ik meezing. Dus heel dramatisch is mijn geluid blijkbaar niet.

Wat misschien wel het eerste opvalt aan je boek zijn de erg korte hoofdstukken. Ben je net als bijvoorbeeld Patricia Cornwell van mening dat de aandachtsspanne van de lezers in de afgelopen jaren is afgenomen en korte hoofdstukken onontkoombaar zijn geworden?

Het is geen bewuste keuze om korte hoofdstukken te schrijven, maar ik schrijf graag in korte en heldere termen en met de nodige vaart. Een hoofdstuk stopt als het gevoelsmatig af is. Bij mij is dat blijkbaar wat eerder dan bij een ander.  Dat dat werkt en dat lezers mijn thriller een pageturner noemen is mooi meegenomen.

Je gunt de lezer om de zoveel hoofdstukken een kijkje in het verleden van Trudy, de pesterijen die ze als kind heeft moeten ondergaan. Heb jij, manager in de kinderopvang, zelf bepaalde voorvallen uit ‘STEM!’ van dichtbij meegemaakt?

Nee, ik heb niet geput uit ervaringen in mijn werk. Ik houd dat graag gescheiden. Bovendien ben ik als manager bedrijfsvoering vooral met de cijfers bezig en niet zozeer met de pedagogische kant van ons werk. Om me een beeld te vormen van Trudy als kwetsbaar kind, heb ik een bepaald meisje van mijn basisschool voor ogen gehad dat regelmatig gepest werd. De beschreven incidenten zijn  –gelukkig – niet echt gebeurd.

Trudy bestempelt de middelbare school als “een plek waar alleen het recht van de sterkste, de mondigste en de knapste geldt.” Ben jijzelf ook deze mening toegedaan?

Dit is hoe Trudy de middelbare school als gepeste tiener heeft ervaren. Ik ben zelf nooit gepest, dus ik zie dat persoonlijk niet zo somber. Wel weet ik dat veel pubers gevoelig zijn voor groepsdruk, omdat ze nog volop op zoek zijn naar hun eigen identiteit. Dan kan het veiliger voelen om je te schikken naar hetgeen de meest populaire types roepen.

“Voor het eerst in haar leven was er iemand die haar zag, zelfs zonder naar haar te kunnen kijken,” lezen we over Trudy die als een blok valt voor de blinde muziekdocent Jochem, die op zijn beurt erg gecharmeerd is van haar stem. In je boek omschrijf je ook de blind auditions à la The Voice waarbij de jury de kandidaat niet kan zien. Het uiterlijk zou sowieso nooit mee mogen tellen, vind je?

Klopt, het uiterlijk mag geen invloed hebben op iemands succes als zanger of zangeres. Wel iemands uitstraling en iemands vermogen om contact te maken met het publiek. Dat is in mijn ogen van essentieel belang wil je muziek en zang overbrengen op je publiek. Muziek is gevoel en emotie.

Jurylid Senna is in tegenstelling tot Trudy erg befaamd en welvarend maar overeenkomsten zijn er ook: op liefdesvlak zit het tegen en beide missen een (goede) vaderfiguur. Het ware geluk is slechts een utopie, niet?

Dat laatste vind ik een sombere gedachte. Het ware geluk zit ‘m niet in geld of macht, maar bevindt zich vlak voor je neus en meestal in kleine dingen. Die moet je wel kunnen en willen zien. Ik moedig iedereen aan om vooral van het nu te genieten. Het verleden verander je niet, daar kijk je hooguit met meer of minder plezier op terug en de (nabije)toekomst is ongewis. Wat dat betreft ben ik een gelukkig mens, omdat ik de mooie momenten in het hier en nu gelukkig vaak zie.

Je schreef eerder het korte verhaal DNA-test (gepubliceerd in de eind vorig jaar verschenen dierenbundel ‘Meliefje, meliefje’) waarin het tv-programma Spoorloos een grote rol speelt. Waarom betrek je zo graag tv-programma’s in je verhalen?

Dat is toeval. Ik vind het vooral leuk om verhalen over hedendaagse thema’s te schrijven, die herkenbaar zijn voor de lezer. Het hoeft dus niet per se gebaseerd te zijn op een tv-programma.

De schrijver die anno 2015 echt bekend wil worden, ontkomt er niet aan voor de camera’s plaats te nemen of aan te schuiven bij DWDD. Zie jij deze uitdaging wel zitten?

Die neem ik met beide handen aan. Ik vind het, in tegenstelling tot veel mensen, ook leuk om voor grote groepen te spreken. Aanschuiven bij een live tv-programma is misschien nog iets spannender, maar die uitdaging ga ik graag aan. Al zal ik mezelf van tevoren wel inprenten om niet te impulsief te reageren. Daar heb ik wel eens een handje van. Of dat ik, al pratend met mijn handen, een vol glas omstoot.

Vind je het rechtvaardig dat de bestverkopende auteurs steeds meer de minst mediaschuwe auteurs zijn in plaats van de beste stilisten?

Ik denk dat dat inherent is aan deze tijd, waarin social media en beeld een grote rol spelen. Natuurlijk is iemands schrijftalent randvoorwaardelijk. Maar persoonlijk vind ik dat je als auteur ook een taak hebt om te laten zien wie je bent en om je ‘product’ op allerlei manieren te verkopen, wil je succesvol worden. Waar ik wel wat moeite mee heb, is dat elke BN’er tegenwoordig een boek kan uitbrengen. Uitgevers zeggen zondermeer ja als een BN’er zich meldt als auteur. Kwaliteit moet het eerste selectiecriterium zijn.

Je nam vele malen deel aan een schrijfwedstrijd en eindigde vrijwel altijd in de bovenste regionen, wat je meerdere publicaties heeft opgeleverd. Wat is de sleutel tot dit succes?

In mijn korte verhalen hanteer ik dezelfde schrijfstijl als in mijn boek Stem!: een heldere, bondige stijl, zonder te veel opsmuk. In korte verhalen werkt dat ook goed, want daarin moet elk woord raak zijn, gezien de beperkte ruimte. Ook maak ik vaak gebruik van humor of een knipoog naar een bepaalde situatie. En ik eindig korte verhalen meestal met een zin die raakt. Dat blijft, denk ik, hangen.

Alles wijst in de richting dat je nog grotere plannen hebt. Hoe ver reiken ze?

Ik bekijk alles stap voor stap. Ik geniet van het schrijven en van alle leuke dingen eromheen. Ik heb zoveel leuke en inspirerende mensen ontmoet sinds ik schrijf. De contouren voor mijn tweede thriller staan op papier en het eerste hoofdstuk is geschreven, Maar nu steek ik eerst al mijn energie in het onder de aandacht brengen van Stem!. Ik denk dat ik over een maand de rust weer heb om me op het schrijven van mijn tweede thriller te storten. Daar kijk ik nu al naar uit.

Schrijftips van debutant Marlen Beek!

We vinden het altijd leuk om debutanten aan de tand te voelen.

Wat zijn hun beste schrijftips? Hoe hebben zij hun eerste boek geschreven? Welke problemen hebben ze moeten overwinnen? Vandaag debutant Marlen Beek. Haar debuutthriller Stem! verschijnt in maart 2015 bij uitgeverij Ellessy.

Wil je na het lezen van dit inspirerende interview nóg meer schrijftips van Marlen?

Stel ze tijdens Schrijf! 2015. Marlen staat namelijk op het podium met haar presentatie ‘Beginnen met schrijven’. Tijdens de pauzes kun je haar alles vragen!

Klik: Debutant Marlen Beek op Schrijf! 2015

Interview

Marlen BeekWat is je naam?
Marlen Beek-Visser

Wat doe je naast het schrijven van boeken?
Ik ben manager bedrijfsvoering bij een kinderopvangorganisatie. In deze functie ben ik verantwoordelijk voor financiën, kindplanning, secretariaat, facilitaire zaken en IT. Feitelijk alle afdelingen op het hoofdkantoor, met uitzondering van P&O.

Wilde je altijd al schrijfster worden?
Als kind wilde ik dokter worden. Ik vond ziekenhuizen mateloos intrigerend. Ik schreef wel graag als kind. Mijn leerkracht van klas 7 was op een bepaald moment zo onder de indruk van mijn opstel dat hij eronder schreef: ‘je moet een boek gaan schrijven’. Ik moest erom lachen, maar hij meende het nog ook. Ik kreeg een ‘heen-en -weer-schrift, waarin ik elke keer een stukje kon schrijven dat hij dan beoordeelde. Maar na een paar weken haakte ik af. Ik was een fanatiek turnster en dat vond ik toen veel belangrijker.

In mijn functie als medewerker pr en communicatie schreef ik in mijn werk wel veel zakelijke teksten, maar pas enkele jaren geleden heb ik mijn creatieve schrijfwerk weer opgepakt. Het was mijn dochter die mij inspireerde: toen zij een jaar of 11 was, schreef ze bijna dagelijks verhalen. En goed ook!

Wie zijn jouw 3 favoriete schrijvers?

  • Herman Koch: hij kan je letterlijk in het hoofd van de hoofdpersoon laten kruipen en neemt je tot in detail mee in diens denkproces en persoonlijke ontwikkeling. En hij is een no nonsens schrijver, daar houd ik van: niks laptop zonder internet, of je urenlang opsluiten in een zolderkamer. Na 1,5 of 2 uur schrijven stopt hij gewoon. Ook vindt hij de bewering dat je de hele dag in je hoofd met je boek bezig moet zijn, onzin. Als hij niet schrijft, denkt hij er gewoonweg niet aan. Dat heb ik trouwens ook.
  • Peter Buwalda: zijn meesterwerk Bonita Avenue moet iedereen eigenlijk lezen. Op elke bladzijde staan juweeltjes van zinnen en metaforen, waarvan je niet door hebt dat ze het zijn, omdat de vaart in het verhaal blijft. En dan heb ik het nog niet eens over het fantastische plot.
  • Nicolo Ammaniti: zijn boeken zijn sfeervol en vaak bijna aandoenlijk geschreven. Hij sleept je mee in persoonlijke drama’s van Italiaanse hoofdpersonen, waarbij je niet anders kan dan met hen meeleven.

Hoe heb jij het schrijversvak geleerd?
Ik ben een autodidact. Ik heb weliswaar een halve dag een workshop thriller schrijven gevolgd en een halve dag een workshop debuteren als schrijver, maar bij beide workshops ging het echter vooral over het proces om je als schrijver te profileren. Mijn inhoudelijke kennis heb ik verworven door het lezen van vakbladen over schrijven en door het lezen van de Schrijfbijbel.

Kan een event als Schrijf! 2015 daarbij helpen?
Ja zeker. Schrijf! 2015 helpt je om je te laten inspireren, om de schrijfmotor aan te zetten en alvast een beetje op te trekken. Sommige startende schrijvers hebben zoveel excuses om maar niet te hoeven beginnen. Maar dat is nu juist de truc: je moet ‘gewoon beginnen’. Die eerste letters op papier zetten. Elke dag of elke week een doelstelling hebben, hoe klein ook. Het hoeft niet meteen perfect. Sterker nog, dat kan helemaal niet.

Stem marlen beekHoe kom jij aan ideeën voor je boek?
Zoals gezegd, ik ben niet iemand die de hele dag van alles om zich heen ziet wat tot een verhaal of een boek kan leiden. Ik zie en hoor wel veel, maar dat beklijft lang niet altijd. Ik zit denk ik te veel in het moment. Dus als ik echt een nieuw idee wil opdoen, dan ga ik ervoor zitten. Ik brainstorm, schrijf steekwoorden op, denk in tegenstellingen of onverwachte sitiuaties. Dan krijgt het langzaam vorm. Ook internet is een prima bron, als ik bewust op zoek moet naar een onderwerp. De rest ontstaat al schrijvende.

Hoe verzin je een personage?
Een personage verzin ik niet echt, die komt tot leven terwijl ik aan het typen ben. Ik definieer van tevoren alleen enkele globale kenmerken. En ik merk dat ik altijd wel iemand die ik ken op mijn netvlies heb. Dat is vaak iemand die heel ver van mij af staat.

Namen zijn wat mij betreft van ondergeschikt belang. Ik verander rustig de naam van een van de hoofdpersonen als ik al klaar ben met het boek. Een naam moet wel onderscheidend zijn, dus niet heel erg algemeen, anders onthouden lezers het niet. En ik probeer associaties met bekenden te voorkomen.

Kan je 3 tips geven om dialogen levensechter te laten klinken?

  1. Tip: gebruik geen bijwoord om het woord ‘zeggen’ aan te kleden. Bijvoorbeeld: zei hij triomfantelijk. Je moet de mindset van het personage niet invullen voor de lezer, laat de lezer dat zelf ontdekken, door wat er gebeurt of wat er gezegd wordt.
  2. Tip: maak er geen vraag-en-antwoordspel van. Dat gebeurt in het echte leven ook niet.
  3. Tip: vergeet dat je familie of werkgever je tekst of boek leest. Als grof taalgebruik functioneel is in een scène, schrijf het dan op, zonder gêne.

Wat doe jij als je te maken krijgt met het schrijversblok?
Dat heb ik vrijwel nooit. Je moet gewoon aan de slag gaan. Je geplande aantal woorden typen. Dan komt de inspiratie vanzelf. Alleen als ik om twaaf uur ‘s nachts nog probeer te schrijven, omdat ik er zin in heb, ben ik wel eens te moe.

Welke angsten heb jij moeten overwinnen?
Ik heb niet echt last van angsten. Je moet als beginnende schrijver wel kunnen omgaan met afwijzingen. Zeker als je op zoek gaat naar een uitgever. Bij de eerste afwijzing heb ik flink moeten slikken. Daarna dacht ik: dit is dus waar ik de komende tijd mee te dealen heb, dus ik moet er maar aan wennen en me ertegen wapenen. Dat is prima gelukt. Als ik weer eens een afwijzing kreeg, was mijn man teleurgestelder dan ik.

Welke fouten heb jij gemaakt?
Ik heb een heel boek (thriller) geschreven zonder enige kennis van zaken. Ik ben out of the blue begonnen met het schrijven ervan omdat ik dacht ‘dat ik dat ook wel kon’. Maar daar was mijn optimisme echt mijn valkuil. Pas toen ik ging lezen over schrijven en schrijftechnieken, ontdekte ik hoeveel beginnersfouten ik had gemaakt. Het manuscript staat nog steeds op mijn harde schijf. Ik zie het als oefenmateriaal.

Welke gouden schrijftip heb je voor (beginnende) schrijvers?
Zorg dat je een schrijfcursus volgt of gaat lezen over schrijftechnieken / creatief schrijven. Dat voorkomt onnodige herstelwerkzaamheden. En ga korte verhalen schrijven. Doe mee met schrijfwedstrijden. Je ontdekt dan hoe je in de markt ligt en je doet vaak leuke contacten op. Wanhoop niet als je niet meteen in de prijzen valt. Blijf je ontwikkelen en blijf schrijven, dan wordt het elke dag een beetje beter.

Wil alle tips, do’s & dont’s van Marlen? Kom naar Schrijf! 2015!